Plato

De nacht viel en ze zat weer op de bank, helemaal in der uppie, nou ja behalve dan dat ze omringd was door haar hond en kat. Iedereen in het huis lag al in bed en was hoogstwaarschijnlijk al ver op reis in dromenland. Slaapproblematiek kenden ze niet, snapten ze ook niks van. ‘Gewoon je ogen dicht doen en slapen’, toch?

Elke ochtend rammelde al vroeg de wekker, niet dat ze die nodig had overigens, maar toch. Ze kon eens vergeten welke dag het was en welke tijd… Te laat komen op haar werk had ze nog nooit gedaan en dat zou ook niet gebeuren zolang zij het kon voorkomen. Mensen bewust en opzettelijk teleurstellen zat nou eenmaal niet in haar aard.

Hemeltjelief wat was ze moe, en nee niet die moeheid die met een simpele goede nachtrust opgelost zou zijn. Moe… al jarenlang haar levensgezel. De oorzaken waren haar bekend, de gevolgen ook meer dan, maar acceptatie was er nog steeds niet volledig. Er bij blijven stilstaan was zinloos energie verspillen, energie die ze toch al nauwelijks had en dus duizenden malen beter kon besteden.

Door het raam keek ze naar buiten en zag ze een zwarte hemel die schaars verlicht werd door de maan. Ze graaide om zich heen en duwde allerlei kussens in elkaar waarin ze het meest comfortabel kon liggen. Ze prees het feit dat de tv tegenwoordig 24-uursuitzendingen kent als ook het feit dat ze kon beschikken over een dvd-recorder/speler en een kast vol films. Zo bracht ze al talloze elke nacht door, waarin ze vele uren wakker was om tussendoor even weg te dommelen.

Enkele uren later ging de wekker af, het uit-knopje vond ze blindelings. Ze ging, zoals elke ochtend op zoek naar haar knopje van wilskracht, waar zat dat ook nog maar weer?