Zomaar, worstelend met vragen
waarop antwoorden niet dagen
die balans doormidden zagen
en steeds aan mijn weerstand knagen.

Zomaar ineens ging je ervandoor
kreeg ‘k definitief  geen gehoor
toch hoor ik je stem in mijn oor
‘kom op meisje, ’t moet, ga ervoor’

Zomaar, jij voorgoed verdwenen
het gemoed bezwaard met stenen
kracht uit herinnering lenen
Mocht jou niet langer bijbenen.

Zomaar, stromen nog mijn tranen
door open, vastgeroest, kranen
nietsontziend de uitweg banen
te moe om me te vermanen

Zomaar, echt weg zonder een groet
wat blijft, een hart dat schrijnt en bloedt.
wat ook bij mij blijft, jouw erfgoed
herinneringen, bitterzoet.

Zomaar, hoe ik achter t net vis
dat ik jou elke dag nog mis
geen weg vind in de wildernis
afscheid nemen is droefenis.