Plato we300-stamelen

Al jaren was ze tot over haar oren verliefd geweest op die ene man, de man van haar dromen, haar prins op het witte paard. Ontelbare malen had ze gedroomd hoe hij haar dodelijk saai leventje was binnen komen denderen. Hoe hij haar met één zwaai had opgetild om daarna weg te galopperen. Vandaag zou haar wens uitkomen, é.i.n.d.e.l.i.j.k. zou ze dan dé man ontmoeten over wie ze al zo veel had gefantaseerd. Ze zou é.i.n.d.e.l.i.j.k. dat lieve gezicht van hem aanraken, áánraken in het echt, voor dé álleréérste keer! Dát zou onvoorstelbaar ánders voelen dan de papieren versie van zijn gezicht die al sinds jaar en dag bij het slapen gaan op haar hart werd gelegd na hem welterusten gezoend te hebben en ’s ochtends met een ‘goedemorgen-zoen’ na het ontwaken samen met hem elke nieuwe dag begonnen te zijn.

De signeersessie werd in een kleine en intieme boekhandel gehouden en de deuren zouden om 17.00 uur opengaan. Ze had de dag vrij genomen en heel de dag lopen vliegen en draven, duizenden kledingstukken aan- & weer uitgetrokken. Ook het aanbrengen van haar make-up en het perfectioneren van elk haartje had haar uren gekost! Meerdere alarmsignalen van klokken had ze op voorhand ingesteld want té láát komen, dat zou haar toch zeker niet gebeuren, niét vándáág!!!

Hij pakte een boek van een stapel die al aardig in hoogte geslonken was, sloeg het open en vroeg zonder op te kijken: ‘aan wie mag ik het opdragen?’ Thuis had ze allerlei teksten opgeschreven en voor de spiegel geoefend, het zou geen probleem opleveren, zij had nog nooit om woorden verlegen gezeten dus dat zou ook nu niet zo zijn. En nu, juist nu, op hét moment van alle momenten ooit…. kwam er niets over haar lippen behalve een onhoorbaar ehhh.