De vers gevallen sneeuw knispert zachtjes onder haar voeten.
De weg voor haar is onbekend, nog ongerept, puur en rein.
De weg achter haar toont slechts 1 voetenspoor, alle vorigen zijn tijdelijk verborgen.

Even verderop komt ze bij een beekje.
Een idyllisch plekje, het oogt altijd alsof er nog nooit iemand is geweest.
Ze haalt uit haar jaszak een foto.
Resoluut verscheurt ze het in ontelbare stukjes, gooit ze in het beekje dat ze al snel wegvoert.

Ze loopt verder, vooruit het onbekende in, een nieuw begin tegemoet, niet omdat ze wil maar omdat ze moet.

Het oude is over, uit, voorgoed voorbij!