Een ieder van ons krijgt zijn kruis te dragen,
lijkt het bij de ene veel zwaarder te zijn.
Iedereen roept om kracht om zich te schragen,
zodat hij niet bezwijkt onder last van pijn.

Zoekt de één steeds weer zijn heil in het geloof,
vindt die ander het daar zeker weten niet.
Staat één voor een onoverbrugbare kloof,
sluit d’ander zijn ogen zodat hij niets ziet.

Welke weg we ook verkiezen in te slaan,
hoe vaak we ons ook écht alleen voelen staan,
niemand hoeft persé dat pad solistisch gaan.

We nemen, allemaal individueel,
de beslissing, de lasten zelf te dragen.
Zegt de één te weinig, ander teveel,
soms lucht het op, dat openhartig klagen.

Een woord hier, een gebaar daar, zomaar even.
Luisterend oor, schouders om op te huilen,
een aai over je bol bemoedigt ’t leven,
iedereen verdient een plek om te schuilen.

Leen eens je oor uit, biedt eens je schouder aan,
verwarm, laat die ander niet in de kou staan,
help hem zodat hij, met kruis, verder kan gaan.

Laat ons eens samen de handen ineen slaan,
om hen die het nodig hebben, heen gaan staan,
en een tijdje hun weg met hen samen gaan.