Na weer een moeizame dag gaat de avond geluidloos over in de nacht.
Woelend en draaiend, piekerend in bed waar je op de komst van de slaap wacht,
leeg in die verwachtingsvolle leegte zie je slechts de tijd op de klok verstrijken.
Ritme in vaste volgorde, over enige uren zal weer een nieuwe dag aangebroken blijken.

Een ijzeren hand die het hart ineen knijpt terwijl het naar ruimte smacht,
verdriet dat overheerst, voorbij lijkt de tijd dat je veelvuldig onbevangen lacht.
De wanhoop en moedeloosheid vreten energie weg op een wijze die je haast doet bezwijken,
moed houden, het verleden loslaten, hoe moeilijk is het werkelijk, dat vooruitkijken!

Elke morgen weer raap je de scherven bijeen , gelijk na het opstaan.
De enige zinvolle keuze, als je zo objectief mogelijk de situatie overziet,
is de wil vasthouden om niet op te geven maar hoe dan ook verder door te gaan.

Met rechte rug, de borst vooruit, je gezicht in de plooi, zodat niemand ziet
hoe je van binnen verscheurd, je dagelijkse gang maar amper kan doorstaan,
constant vecht, er is zoveel meer dan alleen maar hartverscheurend verdriet!