Invalshoek – 57
Seizoensinvloed – Hooghartig



REISMEERMINs Invalshoek nr. 57,

Thema Seizoensinvloed-Hooghartig: 26 maart tot 23 april

Ze had wel vaker horen zeggen dat jeuk erger is dan pijn…. nou, zo langzamerhand begon ze te geloven dat degenen die dat uitgesproken hadden het bij het juiste eind hadden gehad.

Pijn? Ja daar wist ze alles van sinds ze in haar pubertijd als chronisch pijnpatiënt te boek kwam te staan. Jeuk? Nou nee dat had ze eigenlijk nauwelijks ervaringen mee opgedaan tot dusver, behalve dan de herinneringen die haar nog kippenvel konden bezorgen aan de tijd dat ze haar examenjaar van de middelbare school gevloerd werd door de waterpokken en ze het uitdrukkelijk ‘krab-verbod’ opgelegd had gekregen. Om hieraan gehoor te kunnen geven had ze toentertijd ook constant de bus met mentholpoeder binnen handbereik staan. Verder had ze dus weinig jeukervaringen. Al bleek wel dat ze sinds een aantal jaren gevoelig was voor bepaalde wasmiddelen. Helaas bleek alleen een duur wasmiddel al enige geschikt om die kleding te wassen die met haar huid in aanraking kwam, en dan vooral de kwestbare delen ervan. Ach geen ramp toch, zolang ze maar ervoor zorgde dat dat wasmiddel gebruikt werd was de jeuk minimaal en was er prima mee te leven. Niets om over te klagen.

Inmiddels was de lente weer begonnen en voor de 3e keer op rij leek Moeder Natuur het noodzakelijk te vinden haar te verrassen met het cadeautje dat door sommigen in haar omgeving al betiteld werd als hooikoorts. Ze kende een aantal mensen dat er ieder jaar behoorlijk veel last van had en ze hoopte dat zij niet tot die groep zou gaan behoren. De kriebel in haar neus was af en toe om gek van te worden, om nog maar te zwijgen van de jeuk rondom haar ogen. Op een morgen tijdens haar werk kreeg ze een ogenschijnlijk niet te stoppen niesbui, haar hoofd begon er van te dreunen alsof de aderen op knappen stonden. ‘Misschien moet jij je eens laten testen op hooikoorts?” werd haar voorgesteld, waarop ze resoluut haar hoofd schudde en antwoordde: ‘Nee joh, ben je mal, denk dat ik verkouden ga worden…’ Hooikoorts in het voorjaar, een stram lijf en zo goed als bewegingsloze doch wel pijnlijke gewrichten op de vochtige en koude dagen, benauwd hebben in de zomer vanwege het niet zo gemakkelijk kunnen transpireren…. Dat haar lijf niet een toonbeeld van gezondheid was dat was wel een feit maar dat zij zich ook nog eens slachtoffer zou laten worden van seizoensinvloeden, dat ging haar te ver. Hooghartig, hoe zeer dat ook een oneigenlijke karaktereigenschap van haar was, weigerde ze daar tijd, energie of zelfs maar gedachten aan de mogelijkheden aan te verspillen.

Invalshoek 56
~~ Klankkleur – Zinspiratie ~~

REISMEERMINs Invalshoek-thema, nr. 56, 26-02 tot 26-03-14

VOOR:
Griebelse Grutten rauw en gaargekookt nog aan toe!!! Wat had ze het druk, ze draafde van hot naar her en wrong zich in alle bochten om het iedereen optimaal naar de zin te maken. Loyaal als ze was aan alles en iedereen negeerde ze de steeds luider wordende stem die uit de allerdiepste krochten van haar ziel kwamen, die haar steeds meer begonnen te teisteren en steeds vaker probeerden het leven zuur te maken. Hoe ongelooflijk het ook klonk in haar eigen oren…. de ‘ik-verveel-me-dood-momenten’ leken in aantal toe te nemen. Alsmede groeide haar gevoel van ontevredenheid en het daardoor, extra ongelukkig zijn. Het leek wel alsof ze in een vicieuze cirkel zat waaruit losbreken onmogelijk scheen. De stem van haar ziel die altijd de hoogste noot had gezongen zweeg steeds vaker en daar waar die geluid produceerde was het vals en klonk het als een ouwe kraai die een visgraatje in zijn keel had steken en niet kwijt kon worden.

TUSSEN:
Steeds vaker gingen haar gedachten terug naar een plan die enige tijd terug in haar hoofd was beginnen te ontstaan. Het einddoel had ze al heel helder voor ogen maar de weg ernaar toe was nog volledig in nevelen gehuld en daar waar een beetje zicht was constateerde ze hobbels en obstakels die onneembaar leken. Toen, op best nog wel een onverwacht moment, was daar die knop die omging. Ze ging er niet langer over nadenken, NEE! Ze ging het doen. Hoe? Dat wist ze niet maar alles begon immers altijd met een eerste stap? Die eerste stap was de aller-allerbelangrijkste, in alles, dus ook hier, en zij ging hem zetten. Niets noch niemand zou haar het zetten van die ene stap beletten. Vastbesloten tilde ze haar rechtervoet op, stak hem vooruit en zette hem resoluut neer.

NA:
Met een glimlach keek ze achterom. Wat was ze toen toch naïef! En wat had ze veel tijd verspild met het dralen en twijfelen uit angst voor iets dat ze niet kende. ‘De mensch lijdt het meest door het lijden dat hij vreest’… Een waar woord, wist ze nu uit ervaring. Inmiddels vele jaren later stond ze in een zonnestraal, een figuurlijke want de letterlijke was vandaag afwezig maar dat deed er totaal niet toe. Ze zong weer het hoogste lied, zuiverder dan ooit tevoren. Op een totaal andere wijze ingevuld had haar leven een vernieuwde, verfriste, verhelderende klankkleur gekregen en was zinspiratie een vast onderdeel van haar dagelijks bestaan geworden. Met alles in haar verleden kon ze oprecht zeggen, zonder ook maar enige vorm van aarzeling, dat ze gelukkig was en volkomen tevreden met hoe haar leven momenteel verliep. Het nare dat op haar pad kwam aanvaardde ze en ze maakte er het beste van en van het mooie dat op haar pad kwam genoot ze intens van de eerste tot de laatste seconde en ze zorgde ervoor dat ze die momenten niet zou vergeten want ze koesterde ze blijvend en bewust.

Invalshoek – *55* – ‘Mikmak / Blijmoedig’

REISMEERMINs Invalshoek-thema, nr. 55, 29-01 tot 26-02-14

Jawel Pippelotteke, kijk me maar niet zo raar aan…. ik sta heus niet te ratelen alsof ik mijn verstand verloren heb…. maak je geen zorgen, het komt allemaal goed…. ieder mens moet met zijn tijd mee dus dat geldt ook voor mij en dat dat weer ten goede komt van jou en je vriendjes en vriendinnetjes is dan toch wel weer heel erg mooi meegenomen of niet dan???

Pippelotteke wist niet wat ze er aan had. Vanaf het moment dat ze geboren was had haar moeder haar ingeprent op te passen voor die rare mevrouw in wiens huis ze woonden. De meest afschuwwekkende verhalen had ze over haar gehoord. Ze zou spinnen de pootjes uittrekken. Ze zou vogels van de veren ontdoen. Ze zou muisjes, zoals zij dus, zonder enige schroom een nagel uittrekken als ze die nou net toevallig weer nodig had voor het één of ander brouwsel als ze weer eens iets of iemand wilde omtoveren in iets dat haar meer zou bevallen, wat overigens tot op heden nog nooit gelukt was maar dat even terzijde.

Psstt….pssttttt…..PIP!!! KOM HIER!!!
Een streng gebiedend gefluister drong Pippelottekes oren binnen en heel even was ze afgeleid. Haar angst voor de vreemde mevrouw was verdwenen geweest maar dat klappertandjesgeluid dat daar uit de hoek kwam maakte haar als het ware gelijk weer helemaal alert en helder als altijd, ja zelfs de angst waarmee ze opgegroeid was kwam weer in haar naar boven. Snel haastte ze zich naar de plek waar het geluid vandaan was gekomen. Haar grote sterke dappere broer, leek toch beduidend minder groot, minder sterk en vooral minder dapper dan zij altijd gedacht had. Koekeltje, kijk nou, ze is zo vrolijk en druk bezig, ze doet echt niets hoor, we hoeven niet bang voor haar te zijn, volgens mij wil ze vriendjes met ons worden. Ze weet zelfs mijn naam!!! Koekeltje keek zijn zus even aan en wist niet hoe hij het had. Ja maar…mama zei…stamelde hij. Joh, geloof me nou, ze is echt heel aardig hoor, ik heb de hele morgen bij haar gezeten, steeds dichterbij en op een gegeven moment kreeg ik zelfs een klein stukje kaas van haar. Kom maar mee, dan stel ik je aan haar voor. Koekel liet zich, weliswaar tot zijn eigen verbazing, meetronen en hoorde even later hoe zijn kleine stoere zus hem aan Madame Mikmak voorstelde. Ook hij kreeg een stukje kaas aangeboden met veel geruststellende woorden, al snel volgden andere broertjes en zusjes want wat waren ze allemaal nieuwsgierig naar die blijmoedige dame die hun vriendin en beschermster werd en enge boze heksengedrag voorgoed vaarwel zei. Op de vensterbank zaten Pippelotteke en Koekel samen te genieten van een stukje kaas en zagen zwijgend hoe de donkere wolken naar onbekende oorden verdreven werden door de zon.

Invalshoek – *54* – Verheugen / Kattig



REISMEERMINs Invalshoek-thema,

nr. 54=3, 01-01 tot 28-01

Zeg!!! Ben jij nou helemaal betoeterd??? Denk jij soms dat ik Gekke Henkie ben ofzo?? Nou broeder, laat mij je dit vertellen, dat ben ik dus niet!!!

Nou ja!!! Hallo??? Welke rat heeft jou in je hielen gebeten??? Waarom zo kattig???

Vragende ogen, gefronste wenkbrauwen, een van verbazing wijd openstaande mond, zwijgzaam het antwoord afwachtend stond hij haar aan te kijken.

Zij stond op het punt hem antwoord te geven, haar mond opende zich reeds, een waterval van woorden stond op het punt van uitbarsten. Ineens was daar het kleine stemmetje. Alsof ze het niet goed verstond keek ze opzij, alsof ze verwachtte daar het duiveltje op haar schouder te zien. Vurig, rood, gloeiend met een vlammende drietand in zijn hand. pppssstttttt…. je zegt niets, laat hem lekker in zijn sop gaarkoken, laat hem maar eens nadenken en dan zul je wel zien of hij wel of niet zal laten blijken dat hij beseft wat hij je daar heeft geflikt. Kom op zeg, je hoeft niet alles van hem te pikken. hij is Onze Lieve Heer toch zeker niet?

Ze sloot haar mond weer, keek hem doordringend aan, herhaalde haar vraag tussen de knarsend op elkaar klemde kaken door. ‘Denk jij dat ik Gekke Henkie ben???’ En zonder het antwoord af te wachten draaide ze zich om en beende weg, de keukendeur en vervolgens de achterdeur met een zo luid mogelijke knal achter zich dicht smijtend.

Buiten griste ze met een woest gebaar haar fiets uit het rek, sprong in het zadel en trapte als een bezetene de pedalen in het rond, weg van hier.

Wie dacht hij wel dat zij was? Hun trouwdag vieren, waarop zij zich al maanden voorbereid en zo verheugd had, in de kroeg met ZIJN voetbalvrienden? Echt niet! Van ze never nooit niet! Hij kon de ballen krijgen!

Invalshoek – “Tekening / Veelzeggend”



REISMEERMINs Invalshoek-thema,

nr. 53, 04-12 tot 01-01

vg

Wat heeft hem geïnspireerd
bezield, bezig gehouden.

Waarom nam hij ‘t mes ter hand,
nam iets weg dat hem stoorde.

Toen ook al niet begrepen,
voelde hij zich vreemdeling.

Wat ook écht de waarheid is,
gissen is wat we kunnen.

De veelzeggende beelden,
tekenen van gestoord zijn?

Wie kan ‘t werkelijk zeggen,
kwestie: grenzen verleggen!

Invalshoek – ‘Ontspullen / Mondjesmaat’

REISMEERMINs Invalshoek-thema, nr. 52, 06-11 tot 01-12



Ineens… totaal onverwacht, of toch eigenlijk niet helemaal als ze even echt heel eerlijk was naar zichzelf, was het er! Dié spreekwoordelijke druppel en de emmer liep over. Liep over? Nou zeg maar gerust, stond op zijn grondvesten te schudden en grote sloten water klotsten over de rand en wel in zodanige mate dat geen enkel ieniemienie ietsiepietsie stukkie van de rand bleef droog. Ze kon geen kant meer op, ze wist niet van voor naar achter, noch van links naar rechts om nog maar te zwijgen van naar boven naar beneden of zelfs alle kanten in tegengestelde richting.

Het laagste punt werd bereikt en het duurde even voordat ze zich realiseerde dat ze maar één kant op kon, namelijk naar voren. Welke andere richting ook aanlokkelijk leek, ze waren allemaal stuk voor stuk levensgevaarlijk als optie en dus totaal niet geschikt om te kiezen. Maarrrrrrr…..ze had één troost, een onmetelijk grote ook zelfs… Ze hoefde het niet alleen te doen, de hulp die ze nodig had was er!

Langzaam, onuitgesproken tegen wie dan ook maar wel een constant zinnetje dat door haar hoofd speelde, kroop ze op slakkengang uit het dal omhoog. Evenzo langzaam werd haar hoofd leger en opgeruimder en totaal verrast ontdekte ze hoe fijn het voelde om ruimte te krijgen, trots groeide in haar omdat ze steeds vaker besefte dat ze het zelf creëerde.

Mondjesmaat ontspulde ze de krochten van haar geest en liet ze haar ziel zich genezen. Met het ontspullen kwam ook de acceptatie op gang. Na verloop van tijd bleek dat het zich niet meer liet stoppen, het was onstuitbaar. Het mondjesmaat ontspullen werd één van haar beste eigenschappen want het was één van die dingen waardoor ze zich onbeschrijflijk gezegend voelde. Tegelijkertijd was het ook elke dag van haar ‘nieuwe’ leven dé uitdaging die ze elk moment weer opnieuw moest aangaan. Hoe aanlokkelijk het soms ook was om op te geven, wist ze dat dat wel het laatste was dat ze zichzelf moest toestaan. Dat wat er dan namelijk zou gebeuren wilde ze nooit weer ervaren, dat wist ze, voelde ze, met elke snaar die haar aan het leven verbond.

Invalshoek – ‘Vertraging / Herfstblues’

REISMEERMINs Invalshoek-thema, nr. 51, 12-10 tot 09-11



Eindelijk, de herfst was begonnen. Ze kon altijd zo onbeschrijflijk genieten als de storm om het huis raasde. Van de hemel, waar ze tijd-uit-het-oog-verliezend lang naar kon liggen of zitten kijken. Even onbeschrijflijk genoot ze van het spel tussen wolken en wind. Ondanks dat ze eigenlijk nooit om woorden verlegen zat besefte ze heel goed dat ze nooit aan iemand kon duidelijk maken wat dit jaargetijde met haar deed.

Heel haar leven had ze zich oud gevoeld, al in haar jongste herinneringen lagen opgeslagen emoties van ervaringen met haar leeftijdsgenoten die altijd zo kinderlijk waren in haar beleving. Ooit was haar gezegd dat zij een reïncarnatie had meegemaakt en dat haar ziel eeuwenoud was, niet echt haar eigen maar van een ander, die haar lichaam als omhulsel gebruikte om nog ouder te worden. Nog steeds had ze redelijk veel moeite aansluiting te vinden bij leeftijdsgenoten. Om de één of andere, onverklaarbare, reden voelde ze zich nooit helemaal veilig en op haar gemak. Nou ja onverklaarbaar, als het verhaal van die reïncarnatie waar was, was het immers al te verklaren? Ze had het allerliefst oudere mensen om zich heen, vooral mensen met een oudere ziel, helaas waren die er niet zo veel.

Als ze er dieper over nadacht, of erover in gesprek was; voornamelijk met zichzelf omdat ze hoogstzelden iemand trof die haar begreep, ontdekte ze ook telkens weer dat ze dingen ‘wist’. Niet omdat die dingen haar verteld waren, of dat ze ze ergens gehoord of gelezen had, nee, ze wist het ‘gewoon’. Vaak besloot ze die gedachtegang, die gesprekken, met een tedere glimlach, in het besef dat ze het volledig eens was met de persoon die haar jaren en jaren geleden eens ‘excentriek’ had genoemd. Niet om haar te beledigen, nee integendeel zelfs. Nu, jaren later, koesterde ze die beoordeling zelfs omdat het zo waar was.

Ze was in de buitenlucht, ze zag geen mens op straat, het waaide en het regende. De druppels tikten op haar hoofd alsof elke druppel zeggen wilde: ‘hoor je me, ik ben er weer hoor, je kan weer rustig zijn, voorlopig wijk ik niet meer van je zijde’. Ze stopte even, keek om zich heen en voegde geluid toe aan de melodie die al in haar hoofd speelde. Onderwijl haar tempo verlagend, als om haar ziel te laten vol lopen met de gelukzaligheid die zich weer van haar meester had gemaakt. Ze voelde weer de hoop groeien maar ook het besef dat het onmogelijk was, zoals zoveel onmogelijk was, dat dit gevoel en dit jaargetijde nooit meer zou stoppen.



Invalshoek – ‘Stof tot nadenken / Pijngrens’

REISMEERMINs Invalshoek-thema, nr. 48, 17-7 tot 14-8

‘dit kan onder plaatselijke verdoving.. het is een handeling van enkele minuten’.. had de gynaecoloog gezegd tijdens de uitleg van de noodzakelijke behandeling die ze moest ondergaan.
Een alarmbelletje begon in haar hoofd te rinkelen, de onrust in haar begon onplezierige vormen aan te nemen….zou ze wel of zou ze niet zeggen wat op het puntje van haar tong lag? Ze besloot het wel te doen want ervaring had haar ondertussen geleerd dat als ze iets wilde, zij voor zichzelf moest opkomen want een ander zou dat niet doen. U heeft mijn dossier gelezen, neem ik aan, terwijl ze hem vragend aankeek. ‘Maak je maar geen zorgen’, zei hij, ‘het komt helemaal goed, ik heb de anesthesist erover geïnformeerd’ terwijl hij haar een geruststellende klopje op haar hand gaf. Toch was ze er niet gerust op…

Een uur later lag ze op OK. Alles werd in gereedheid gebracht. “We gaan goed voor u zorgen hoor, maakt u zich maar geen zorgen, ontspan en voor u het weet bent u terug op zaal..” hoorde ze de anesthesist zeggen. Zonder het hardop uit te spreken dacht ze: ‘Eerst zien dan geloven’. Alsof ze het voorvoelde?

Enkele minuten later klemde ze haar handen zo hard in elkaar dat haar nagels bloed trokken uit haar handen. Zichzelf inprentend ‘doet niet zeer, ik voel niets, alles is oke’ hield ze haar lippen stijf op elkaar…. totdat het niet meer ging en ze het uitgilde, alsof ze tegelijkertijd door het plafond en vloer getrokken en geduwd werd.

Ineens werd het stil in de OK. De muziek werd uitgezet, iedereen had een verschrikte blik in de ogen. Wat was er in de vredesnaam aan de hand met de dame die onder handen genomen werd? Totdat de anesthesist het woord nam en zei: ‘volgens mij werkt de verdoving niet….’ waarop de gynaecoloog antwoordde: ‘ik ken haar pijngrens, ken jij haar dossier?’ De anesthesist antwoordde bevestigend waarop de gynaecoloog weer reageerde met ‘dan hebben we hier te maken met een nieuw soort stof tot nadenken..’

Toen werd het stil in OK, ze voelde een toenemende druk in de injectienaald die in haar hand zat, ze hoorde de stem van de gynaecoloog die tot haar sprak: ‘ga maar slapen, ik zie je zometeen weer’…

Invalshoek – ‘Fouten / Eigenwijsje’

REISMEERMINs Invalshoek-thema, nr. 47, 22-6 tot 17-7

Net als haar moeder voor haar, en wellicht vele andere moeders ervoor, tijdens en erna, had ook zij kinderen waarbij de gedachte ‘mijn kind is niet eigenwijs, die heeft het zelfs uitgevonden!’ met enige regelmaat opdook. In tegenstelling tot haar moeder verzuchtte ze niet met naar boven uitgestoken handen, zeggende; ‘Lieve God waaraan heb ik dit schepsel verdiend?’ maar probeerde ze het kind op een stimulerende en motiverende wijze erop te wijzen dat diens visie niet de enige mogelijke was. Tegelijkertijd veel moeite doende een grinnik te onderdrukken om niet al te zeer te tonen dat ze trots was op het kind in kwestie dat niet schroomde diens eigen mening te uiten, geen angst had om ‘anders’ bevonden te worden, maar ook een onbedwingbare drang had zichzelf te ontplooien via een zelfgekozen route.

Net als ieder ander kind maakte ook haar kind fouten die zij als moeder liever niet had zien plaatsvinden, terwijl ze ook besefte dat zij dat zelfde ook gedaan had, én dat daar niets mis mee was. Immers, je leert van je fouten en iedereen maakt ze! Totaal foutloos vanaf geboorte tot sterven was nog nooit iemand geweest en zou ook wel nooit iemand zijn. Dan zou het leven, het hele groeiproces immers ook totaal zinloos zijn?! Het is dát proces waaruit ieder mens leert hoe te handelen in een situatie, wat wel of niet de juiste wijze van handelen is. Mensen die fouten maken zijn niet per definitie slecht, dat is weer een heel ander verhaal.

Redelijk vaak constateerde ze met plezier hoe leuk het eigenlijk was en is om te zien dat haar kind op haar leek in diens houding jegens alles en iedereen dat op het pad van dat kind kwam. Tegelijkertijd realiseerde ze zich ook dat ze als moeder logischerwijs wilde voorkomen dat haar kind pijn en/of verdriet zou ervaren door de fouten die het onherroepelijk zou maken en dat dat nou net onmogelijk was. Ieder mens, dus ook haar kind, moest zichzelf builen vallen om ervan te leren.

Fouten maken mag, eigenwijs zijn ook, mits je maar altijd probeert ervoor te zorgen dat je oprecht in het leven staat en anderen, maar bovenal jezelf, recht in de spiegel kunt blijven aankijken.

Invalshoek – ‘Aaneenflansen – Desperaat’

REISMEERMINs Invalshoek-thema, nr. 46, 22-5 tot 19-6

Al vroeg in haar leven kwam er allerlei narigheid op haar pad en concludeerde ze met regelmaat dat het er alle schijn van had dat zij niet voor het geluk geboren leek te zijn. Zou de dag dat ze geboren was ermee te maken hebben misschien? Geboren in de nacht van zondag op maandag was ze zeker geen zondagskind maar een maandagskind, wellicht zelfs wel een ‘blauwe-maandagskind’?!

Terugkijkend realiseerde ze zich dat ze een andere mening over zichzelf had dan vele andere mensen die haar in meer of mindere mate goed kenden. ‘Iedereen’ schreef haar altijd een ijzeren doorzettingsvermogen toe, men prees haar veelvuldig om haar innerlijke kracht en de onverbrekelijke wil zich niet door wie of wat dan ook onderuit te laten halen. Men bewonderde haar als ze weer was opgestaan nadat ze weer eens snoeihard op haar ‘b*k’ was gegaan.

Zijzelf dacht daar heel anders over. Ze vond zichzelf maar een slappeling, eentje die zich alles liet aanpraten, die zich telkens weer liet bepalen door haar wens ‘geaccepteerd’ te worden om wie ze was en hoe ze was. Ontelbare malen ontdekte ze in zulke terugblikken dat ze zichzelf nooit op de eerste plaats zette maar telkens iets of iemand de voorrang verleende. Het spreekwoord ‘wie goed doet, goed ontmoet’ was, hoe cliché ook, er toch zeker niet voor niets? Een rotsvast vertrouwen in het goede van ieder mens weigerde ze jarenlang steevast los te laten. Ze leerde op pijnlijke wijze dat de meesten mensen zich alleen maar goed voor deden terwijl ze van binnen totaal verrot waren. Zij voelde zich een tijdlang slachtoffer en ongemerkt trok ze die mantel dan ook steeds vaker aan tot daar die ene dag kwam en een wijs iemand haar vertelde dat niet een ander haar in de hoek zette waar altijd de klappen vielen maar dat ze zich daar zelf telkens plaatste en als het ware de mensen zelfs uitnodigde om haar te slaan, ze deelde nog net niet zelf de stokken daartoe uit.

Ze besefte dat dat de waarheid en niets anders dan de hele waarheid was en besloot een andere koers te gaan varen. Enkele jaren later stond ze anders in het leven, ze nam de dingen zoals ze kwamen. Leerde te schakelen tussen emoties en had zichzelf steeds beter onder controle. Ze had van zichzelf geaccepteerd dat ze enkele dingen niet (meer) kon maar dat er tegelijkertijd vele andere dingen waren waar ze ontzettend van genoot. Eén van haar lijfspreuken werd ‘tel uw zegeningen’, naar een lied dat ze kende en dat bijna dagelijks wel eens door haar hoofd en hart speelde. Ze besloot vervolgens dan ook nooit meer iets te doen waarvan ze van te voren al wist dat het haar geen goed zou doen, ongeacht wat een ander er dan ook wel of niet van zou vinden. Het leven was van haar en zij wilde het leven leven zoals zij dacht dat het goed was. Ze hield rekening met haar dierbaren en zou naar de andere kant van de wereld voor hen gaan om een wens te vervullen maar niet wanneer dit voor haar een hel zou opleveren. De grenzen waren ineens erg duidelijk en die zou ze bewaken en bewaren.

Ze flanste de dagen aaneen, probeerde het beste te zien in alles en iedereen en was ook niet van plan die houding te veranderen. Met de moed der wanhoop, op het desperate af soms, vervlocht ze moeilijke momenten die soms ondraaglijk aanvoelden, met mooie en intens gekoesterde herinneringen en dwong ze zichzelf op andere gedachten door ad hoc haar schoenen aan te trekken en haar camera ter hand te nemen om buiten iets moois vast te leggen. Haar fysieke én mentale beperkingen, die haar 24/7 in haar bewegingsvrijheden beletten werden omgezet in dingen die ze wel kon, ze liet de woede naar zichzelf toe los en weigerde zich voortaan nog op die onmogelijkheden te richten maar juist op de mogelijkheden en om die dan ook zoveel mogelijk te benutten en ervan te genieten! Ze merkte tot haar grote voldoening dat het haar steeds beter afging de G van het Grote Genieten tot in haar botten door te laten dringen en de minder-leuke dingen een plekje te geven zonder ze te veroordelen, zogenaamd accepteren als onveranderbare gebeurtenissen. Ze bleef echter ook een mens met hart en ziel, waarvan ze zelf wist dat die op de goede plek zaten en waarbij ze ook heel stellig zichzelf telkens maande: ‘niets of niemand kan mij gelukkig maken behalve ikzelf en dat geldt ook voor het tegendeel!’.