WE-300 – Twisten

…..Plato‘s 55e WE-thema voor 24 april – 15 mei.

Frank keek in het rond en zonder de glimlach van oor tot oor, waardoor elke aanwezige zich als enige speciaal welkom geheten voelde, van zijn gelaat te laten verdwijnen vroeg hij zich af hoe hij dit varkentje moest wassen…. hij hield wel van een uitdaging, daar niet van, maar dit? Dit was wel de ultieme uitdaging zo op het eerste oog! Het ging niet om één varkentje immers? Snel telde hij de aanwezigen…. jeetjemekreetje, 10 ‘varkentjes’ maar liefst, en niet één was minder gewichtig dan de andere. Dat zou een hele klus worden. Hij zuchtte onzichtbaar en onhoorbaar en met de liefste en charmantste stem die hij kon opzetten begroette hij ieder lid van de groep, door hem met diens naam aan te spreken en de hand te schudden, hartelijk welkom te heten.

Nadat hij daar klaar mee was liep hij terug naar zijn eigen plaats terwijl hij zich afvroeg of hij de handdoek in de ring zou gooien of niet. Opgeven? Nou echt niet! Hij was hier niet voor zijn plezier maar met een opdracht en die zou geklaard worden, hoe dan ook!

Ruim een uur later liep Frank naar zijn plaats terug. Het zweet parelde van zijn voorhoofd; pfew dat was een inspannend en spannend uurtje geweest. Hij draaide een knop om, trok een stoel bij en nam plaats. Het geluid om hem heen vertelde hem dat iedereen inmiddels zijn voorbeeld had gevolgd. Een aantal obers kwamen binnen en zetten iedereen de bestelling voor die ze eerder die middag hadden ingediend.

Weer een half uur later zette Frank weer een knop om, hij hoorde hoe stoelen achteruit geschoven werden en enthousiaste voeten zich verplaatsten terwijl Chubby Checker uit de speakers schalde en iedereen deed wat hij hen toe zong: “Lets twist again”.

WE-300 – 54 (2) ~~ Manipuleren

…..Plato‘s 53e WE-thema voor 5-31 maart.

Op een zeker punt aangekomen in haar leven besloot ze dat ze keuzes moest maken, keuzes die verstrekkende gevolgen zouden hebben. Na lang, in tegenstelling tot haar gewoonte, wikken en wegen kwam ze er niet uit. In haar hoofd was het een chaotische warboel. Op zekere avond, ze was alleen thuis, pakte ze haar schrijfblok en pen. Halverwege het eerste vel, verticaal in het midden, vouwde ze het blad om zodat de vouw de pagina als het ware scheidde.

Linksboven schreef ze ‘Voor’ en rechtsboven schreef ze ‘Tegen’. Vervolgens onderstreepte ze, half bewust en half onbewust, beide titels. Wat er onder beide titels zou komen te staan? Tja dat was nog even de vraag want waar te beginnen, een seconde later betrapte ze zichzelf erop dat ze zich zat af te vragen of het ene moer zou uitmaken wat bovenaan zou staan, halverwege of onderaan, dat deed er immers totaal niet toe? Het enige dat telde was het doel, de weg ernaar toe mocht onduidelijk zijn en zou wellicht moeilijk worden en lang duren maar opgeven behoorde niet tot de mogelijkheden. Hmmmm dit zou nog wel eens een hele klus worden, daarover bestond geen enkele twijfel.

Eerst maar eens koffie! Ze legde de pen neer, stond op en moest zich acuut vastgrijpen, het duizelde haar. Daarna liep ze de keuken in en vulde haar beker met het zwarte goud, een wolkje melk deed de goudkleur nog sterker opdoemen. Ze nam weer plaats aan de tafel, stak een sigaret op en keek naar wat er al op het papier stond. Ze nam de pen weer ter hand en schreef: “Het moet stoppen! Hoe dan ook! Ongeacht de gevolgen! Voor wie dan ook!” Als om die woorden nog wat meer kracht bij te zetten omcirkelde ze die regel een aantal keren.

WE-300 – ‘Leuteren’

…..Plato‘s 53e WE-thema voor 5 februari – 28 februari

Het liefste was ze bezig met mensen die dementeerden. De gesprekken die ze had verveelden haar nooit, altijd weer boeiend. vier dagdelen in de week bezocht ze een oudere dame die helaas al op jonge leeftijd met die ziekte te kampen kreeg. Eindeloos vaak had ze van ‘Tante Dientje’ gehoord over het kattenkwaad dat Janke had uitgehaald en hoe lang het had geduurd voor zij zindelijk was. En hoe vaak was Trientje nou van de schommel gevallen? En wat dan te denken van Truitje die altijd maar met haar handjes in de suikerpot zat? En dan was daar Fransje nog, die helaas heel jong was overleden maar in Tante Dientjes geheugen nog steeds volop rond dartelde en hoognodig een schone luier moest. En tja manlief Pieter die na een dag hard werken geen zin had aan lawaaiige kinderen maar ‘gewoon’ nam waarop hij recht had en tante Dientje hem maar gaf wat hij wilde om geen ruzie in haar huis te krijgen.

Er waren heel weinig mensen die het constant volhielden om keer op keer hetzelfde aan te moeten horen zonder op de verwachte, geijkte foute, manier te reageren. Op zekere dag hadden collegae besloten haar in het zonnetje te zetten. Tantje Dientje werd niet ingelicht, waarom ook, die zou haar toch niet missen als ze eens een keertje niet kwam, wat wist een demente vrouw nou van tijd enzo? En zo werd ze na binnenkomst meegetroond naar de directiekamer. Bij binnenkomst had ze gelijk door wat de bedoeling was. Oh nee he? Hadden ze dat niet anders kunnen plannen? Dan maar ondankbaar overkomen! Ze aarzelde geen seconde en zei: Voor dit gelanterfanter heb ik geen tijd, Tantje Dientje wacht op mij. Fijne middag allen, en toen sloeg de deur achter haar dicht.

WE-300 – ‘Kerstpiekeren’

Plato‘s 51e WE-thema voor 28 november – 31 december.

Het was rustig….zou ze wel…zou ze niet?
Net alsof ‘t zo moest zijn kwam haar chef de hoek om….
Meneer Spijkerman?
Jongedame, zeg het eens?
Het is erg rustig vandaag, heeft u er bezwaar tegen als ik de rest van de dag vrij neem?
Nee absoluut niet, ruim je bureau maar op en ga gauw, heb een fijne middag, en na een joviale zwaai draaide hij zich om en liep de afdeling af.

Nog geen half uur later liep ze door de stad met redelijk gehaaste tred, ze wist waar ze heen wilde en wat ze wilde halen.
Hun eerste kerst samen moest toch wel iets bijzonders zijn?
Na enkele jaren op kamers gewoond te hebben woonde ze nu een paar maanden samen en enkele dagen geleden waren ze getrouwd, het was tijd hun paleisje in kerstsferen om te dopen, de hoogste tijd zelfs. Nu ze, onverwacht eigenlijk wel, enkele vrije uren had voelde het alsof ze tijd tekort kwam, in haar hoofd ontsponnen zich de wildste ideeën. Een snelle blik op haar horloge vertelde haar hoeveel tijd ze nog exact over had voor haar kersverse echtgenoot ook thuis zou komen. Ze wilde hem verrassen, het laatste dat hij zou verwachten was een huis aan te treffen in die specifieke sfeer.

Even na vijven ging de deur open, zij merkte het niet, zó in gedachten verzonken, in zichzelf mompelend alsof ze met een onzichtbaar iemand een heftige discussie voerde. Om haar heen lagen diverse smalle en langwerpige dozen, de deksels van die dozen er weer omheen, de inhoud open en bloot in het zicht.

Op zijn hurken zakte echtgenoot naar beneden om op haar ooghoogte te komen. ‘Wat is er?’ Haar tranen met moeite onderdrukkend stamelde ze: Ik wist niet welke jij het mooist zou vinden… bovendien past geen enkele!

WE-300 ´Verhalen´

Plato‘s 51e WE-thema voor 30 oktober – 24 november.

Wat was ze nieuwsgierig, wat wilde ze graag het naadje van deze kous weten!
Nou was ze altijd al wel nieuwsgierig van aard geweest, soms zelfs op het irritante af, soms kon ze ook geheel onverschillig aan sommige dingen voorbijgaan. Met betrekking tot dit geval, of soortgelijke gevallen, waar ze in de loop der jaren toch wel redelijk veel ervaring mee had opgedaan, bleef de nieuwsgierigheid haar bezig houden.

Ze besefte….wat je ook maar verzinnen kunt, wat exact de waarheid is zul je nooit weten tenzij je de mogelijkheid krijgt terug te reizen in de tijd naar een zeer concreet bepaalde plaats en tijd, of tenzij het ooit mogelijk zal worden zijn taal te leren verstaan.

Steeds vaker kwam hij voor haar staan, met zijn grote bruine ogen keek hij haar aan, mooie grote kijkers die haar van alles leken te willen vertellen. De stand van de ogen verschilde vaak, ook de oogleden stonden niet altijd gelijk. Soms leken ze triest te kijken, soms vragend, soms blij, soms uitdagend en toch was ook dat telkens een gok qua inschatten want écht weten deed ze het natuurlijk niet.

Soms ook legde hij zijn hoofd in haar schoot, duwde zijn gezicht onder haar handen alsof hij zich verstoppen wilde. De ene keer aandoenlijk en soms zelfs meelijwekkend alsof een groot verdriet in hem schuil ging.

Wat wel steeds duidelijker werd was zijn blijdschap bij haar te zijn, alsof hij besefte dat zijn verleden echt tot het verleden behoorde, zijn heden opnieuw gestart was nadat zij hem uit het asiel had gehaald. Zijn geschiedenis viel tot dusver niet te beschrijven, zijn toekomst daarentegen wel. Kwispelend vertelde hij haar dat zij daarover moest vertellen in de hoop dat het meer van zijn soortgenoten gegund was dat aan hun gruwelvertellingen een eind zou komen.