WE-300 – 54 (2) ~~ Manipuleren

…..Plato‘s 53e WE-thema voor 5-31 maart.

Op een zeker punt aangekomen in haar leven besloot ze dat ze keuzes moest maken, keuzes die verstrekkende gevolgen zouden hebben. Na lang, in tegenstelling tot haar gewoonte, wikken en wegen kwam ze er niet uit. In haar hoofd was het een chaotische warboel. Op zekere avond, ze was alleen thuis, pakte ze haar schrijfblok en pen. Halverwege het eerste vel, verticaal in het midden, vouwde ze het blad om zodat de vouw de pagina als het ware scheidde.

Linksboven schreef ze ‘Voor’ en rechtsboven schreef ze ‘Tegen’. Vervolgens onderstreepte ze, half bewust en half onbewust, beide titels. Wat er onder beide titels zou komen te staan? Tja dat was nog even de vraag want waar te beginnen, een seconde later betrapte ze zichzelf erop dat ze zich zat af te vragen of het ene moer zou uitmaken wat bovenaan zou staan, halverwege of onderaan, dat deed er immers totaal niet toe? Het enige dat telde was het doel, de weg ernaar toe mocht onduidelijk zijn en zou wellicht moeilijk worden en lang duren maar opgeven behoorde niet tot de mogelijkheden. Hmmmm dit zou nog wel eens een hele klus worden, daarover bestond geen enkele twijfel.

Eerst maar eens koffie! Ze legde de pen neer, stond op en moest zich acuut vastgrijpen, het duizelde haar. Daarna liep ze de keuken in en vulde haar beker met het zwarte goud, een wolkje melk deed de goudkleur nog sterker opdoemen. Ze nam weer plaats aan de tafel, stak een sigaret op en keek naar wat er al op het papier stond. Ze nam de pen weer ter hand en schreef: “Het moet stoppen! Hoe dan ook! Ongeacht de gevolgen! Voor wie dan ook!” Als om die woorden nog wat meer kracht bij te zetten omcirkelde ze die regel een aantal keren.

WE-300 – ‘Leuteren’

…..Plato‘s 53e WE-thema voor 5 februari – 28 februari

Het liefste was ze bezig met mensen die dementeerden. De gesprekken die ze had verveelden haar nooit, altijd weer boeiend. vier dagdelen in de week bezocht ze een oudere dame die helaas al op jonge leeftijd met die ziekte te kampen kreeg. Eindeloos vaak had ze van ‘Tante Dientje’ gehoord over het kattenkwaad dat Janke had uitgehaald en hoe lang het had geduurd voor zij zindelijk was. En hoe vaak was Trientje nou van de schommel gevallen? En wat dan te denken van Truitje die altijd maar met haar handjes in de suikerpot zat? En dan was daar Fransje nog, die helaas heel jong was overleden maar in Tante Dientjes geheugen nog steeds volop rond dartelde en hoognodig een schone luier moest. En tja manlief Pieter die na een dag hard werken geen zin had aan lawaaiige kinderen maar ‘gewoon’ nam waarop hij recht had en tante Dientje hem maar gaf wat hij wilde om geen ruzie in haar huis te krijgen.

Er waren heel weinig mensen die het constant volhielden om keer op keer hetzelfde aan te moeten horen zonder op de verwachte, geijkte foute, manier te reageren. Op zekere dag hadden collegae besloten haar in het zonnetje te zetten. Tantje Dientje werd niet ingelicht, waarom ook, die zou haar toch niet missen als ze eens een keertje niet kwam, wat wist een demente vrouw nou van tijd enzo? En zo werd ze na binnenkomst meegetroond naar de directiekamer. Bij binnenkomst had ze gelijk door wat de bedoeling was. Oh nee he? Hadden ze dat niet anders kunnen plannen? Dan maar ondankbaar overkomen! Ze aarzelde geen seconde en zei: Voor dit gelanterfanter heb ik geen tijd, Tantje Dientje wacht op mij. Fijne middag allen, en toen sloeg de deur achter haar dicht.

WE-300 – ‘Kerstpiekeren’

Plato‘s 51e WE-thema voor 28 november – 31 december.

Het was rustig….zou ze wel…zou ze niet?
Net alsof ‘t zo moest zijn kwam haar chef de hoek om….
Meneer Spijkerman?
Jongedame, zeg het eens?
Het is erg rustig vandaag, heeft u er bezwaar tegen als ik de rest van de dag vrij neem?
Nee absoluut niet, ruim je bureau maar op en ga gauw, heb een fijne middag, en na een joviale zwaai draaide hij zich om en liep de afdeling af.

Nog geen half uur later liep ze door de stad met redelijk gehaaste tred, ze wist waar ze heen wilde en wat ze wilde halen.
Hun eerste kerst samen moest toch wel iets bijzonders zijn?
Na enkele jaren op kamers gewoond te hebben woonde ze nu een paar maanden samen en enkele dagen geleden waren ze getrouwd, het was tijd hun paleisje in kerstsferen om te dopen, de hoogste tijd zelfs. Nu ze, onverwacht eigenlijk wel, enkele vrije uren had voelde het alsof ze tijd tekort kwam, in haar hoofd ontsponnen zich de wildste ideeën. Een snelle blik op haar horloge vertelde haar hoeveel tijd ze nog exact over had voor haar kersverse echtgenoot ook thuis zou komen. Ze wilde hem verrassen, het laatste dat hij zou verwachten was een huis aan te treffen in die specifieke sfeer.

Even na vijven ging de deur open, zij merkte het niet, zó in gedachten verzonken, in zichzelf mompelend alsof ze met een onzichtbaar iemand een heftige discussie voerde. Om haar heen lagen diverse smalle en langwerpige dozen, de deksels van die dozen er weer omheen, de inhoud open en bloot in het zicht.

Op zijn hurken zakte echtgenoot naar beneden om op haar ooghoogte te komen. ‘Wat is er?’ Haar tranen met moeite onderdrukkend stamelde ze: Ik wist niet welke jij het mooist zou vinden… bovendien past geen enkele!

WE-300 ´Verhalen´

Plato‘s 51e WE-thema voor 30 oktober – 24 november.

Wat was ze nieuwsgierig, wat wilde ze graag het naadje van deze kous weten!
Nou was ze altijd al wel nieuwsgierig van aard geweest, soms zelfs op het irritante af, soms kon ze ook geheel onverschillig aan sommige dingen voorbijgaan. Met betrekking tot dit geval, of soortgelijke gevallen, waar ze in de loop der jaren toch wel redelijk veel ervaring mee had opgedaan, bleef de nieuwsgierigheid haar bezig houden.

Ze besefte….wat je ook maar verzinnen kunt, wat exact de waarheid is zul je nooit weten tenzij je de mogelijkheid krijgt terug te reizen in de tijd naar een zeer concreet bepaalde plaats en tijd, of tenzij het ooit mogelijk zal worden zijn taal te leren verstaan.

Steeds vaker kwam hij voor haar staan, met zijn grote bruine ogen keek hij haar aan, mooie grote kijkers die haar van alles leken te willen vertellen. De stand van de ogen verschilde vaak, ook de oogleden stonden niet altijd gelijk. Soms leken ze triest te kijken, soms vragend, soms blij, soms uitdagend en toch was ook dat telkens een gok qua inschatten want écht weten deed ze het natuurlijk niet.

Soms ook legde hij zijn hoofd in haar schoot, duwde zijn gezicht onder haar handen alsof hij zich verstoppen wilde. De ene keer aandoenlijk en soms zelfs meelijwekkend alsof een groot verdriet in hem schuil ging.

Wat wel steeds duidelijker werd was zijn blijdschap bij haar te zijn, alsof hij besefte dat zijn verleden echt tot het verleden behoorde, zijn heden opnieuw gestart was nadat zij hem uit het asiel had gehaald. Zijn geschiedenis viel tot dusver niet te beschrijven, zijn toekomst daarentegen wel. Kwispelend vertelde hij haar dat zij daarover moest vertellen in de hoop dat het meer van zijn soortgenoten gegund was dat aan hun gruwelvertellingen een eind zou komen.

WE-300 ‘Verwennen’

Plato‘s 51e WE-thema voor 04 – 31 oktober.

Het zaadje was geplant bij zijn geboorte. Gaandeweg zijn leven werd het op zo goed mogelijke wijze gevoed met de beste kunstmest die je kon vinden. Werd het nieuwe leven gekoesterd en kreeg het alle kansen die met geld te koop waren om zich zo perfect mogelijk te ontwikkelen. Een perfecte ontwikkeling, zo bleek na enige tijd, zat hem niet in het solistisch gedrag. Nee, integendeel. Hij werd al in een heel vroeg stadium samen gebracht met soortgenoten, net als hij uitgezocht op de allerbeste genetische kwaliteiten. Samen staan we sterk, sterker, sterkst en zullen wij de strijd, die al eeuwenlang duurt, in ons voordeel beslechten.

Dag na dag, week na week, maand na maand, jaar na jaar, stond alles, maar dan ook alles in het teken van leren. De kennis werd opgedaan op de beste leerschool die er bestond. Het zaadje groeide en groeide tot ongekende proporties. Zeker als het samen was met andere, identiek aan hem, opgeleide zaadjes. Ze spraken over hun groeiplannen, wat er wel of niet moest gebeuren om de bloei zo fantastisch mogelijk te maken. Jarenlang de hardste leerschool doorlopen werd het zaadje op een gegeven moment ‘geschikt’ bevonden om de volgende stap te zetten.

Die laatste nacht werd er niet geslapen maar keihard gewerkt om alle puntjes op de i’s te krijgen. Er kon niets fout gaan, dat behoorde gewoonweg niet tot de mogelijkheden. Hét mócht niet fout gaan, zij zouden de wereld tonen hoe wonderschoon hun bloei was nadat zij het eerst hadden ondergedompeld in het besef van het bestaan en de groeimogelijkheden.

Het zaadje plaatste zich op de voor hem bepaalde positie en voerde zijn opdracht nauwgezet uit, zoals alles dat hij in zijn leven gedaan had. Zijn bloeitijd was 11 september 2001 om 14.46 uur. Zijn bloeilocatie was New York.

WE-300 ‘Spinnen’

Plato‘s 51e WE-thema voor 06 – 30 september.

De meest ijzingwekkende rillingen liepen haar over het lijf! Van top tot teen gingen alle haartjes, zowel letterlijk als figuurlijk, recht overeind staan. Wat had ze er toch een onbeschrijfelijke giga-hekel aan! Het woord alleen al…. slechts 7 letters…. het woord uitspreken, schrijven, horen, denken en ja zelfs lezen deed haar tot op het bot huiveren.

‘Waar ben je bang voor?’ was een wederkerende vraag die ze telkens met een schouderophalen beantwoordde. “ik ben er niet bang voor, heus niet, echt waar niet, zeker weten van niet, hoe kom je erbij, ik zou echt niet weten waarom ik er bang voor zou moeten zijn, wat is er nou aan angst aan?” alsof ze zichzelf moest overtuigen terwijl ze tegelijkertijd de ander probeerde te overtuigen en daarbij op hetzelfde moment ook constaterend dat dat vruchteloos was. “Jeetje, als ik toch zeg dat ik niet bang ben, nergens voor, dan is dat zo! Je kan me gerust op mijn woord geloven hoor!” Dat waren slechts woorden, het kwam nooit over bij de vraagsteller.

Snel, veel te snel, was daar het moment aangebroken. ‘Je gaat jezelf met je angst confronteren, dat is de enige methode om er overheen te komen. Nee niet tegenstribbelen, ik ga je helpen zolang als het nodig is!’. Hondsberoerd, om niet te zeggen doodziek, diverse gedachten tolden rond. Wat was nou de beste reden om er onderuit te komen zonder dat men haar een lafaard of erger nog een aanstelster zou noemen? In de spiegel sprak ze zichzelf vermanend toe: “even sterk zijn, voor je het weet ben je terug.”

Ze opende de deur, zag een man staan gekleed in een keurig wit pak, hij stak zijn hand uit: ‘kom maar…ik help je, weet je nog?’
Na een, in zichzelf gesproken, vermanend woord stapte ze op de gereedstaande fiets af…

WE-300 – ‘Schakelen’ (2)

Plato‘s 50e WE-thema voor 9 – 31 augustus.

De nacht viel en ze zat weer op de bank, helemaal in der uppie, nou ja behalve dan dat ze omringd was door haar hond en kat. Iedereen in het huis lag al in bed en was hoogstwaarschijnlijk al ver op reis in dromenland. Slaapproblematiek kenden ze niet, snapten ze ook niks van. ‘Gewoon je ogen dicht doen en slapen’, toch?

Elke ochtend rammelde al vroeg de wekker, niet dat ze die nodig had overigens, maar toch. Ze kon eens vergeten welke dag het was en welke tijd… Te laat komen op haar werk had ze nog nooit gedaan en dat zou ook niet gebeuren zolang zij het kon voorkomen. Mensen bewust en opzettelijk teleurstellen zat nou eenmaal niet in haar aard.

Hemeltjelief wat was ze moe, en nee niet die moeheid die met een simpele goede nachtrust opgelost zou zijn. Moe… al jarenlang haar levensgezel. De oorzaken waren haar bekend, de gevolgen ook meer dan, maar acceptatie was er nog steeds niet volledig. Er bij blijven stilstaan was zinloos energie verspillen, energie die ze toch al nauwelijks had en dus duizenden malen beter kon besteden.

Door het raam keek ze naar buiten en zag ze een zwarte hemel die schaars verlicht werd door de maan. Ze graaide om zich heen en duwde allerlei kussens in elkaar waarin ze het meest comfortabel kon liggen. Ze prees het feit dat de tv tegenwoordig 24-uursuitzendingen kent als ook het feit dat ze kon beschikken over een dvd-recorder/speler en een kast vol films. Zo bracht ze al talloze elke nacht door, waarin ze vele uren wakker was om tussendoor even weg te dommelen.

Enkele uren later ging de wekker af, het uit-knopje vond ze blindelings. Ze ging, zoals elke ochtend op zoek naar haar knopje van wilskracht, waar zat dat ook nog maar weer?

WE-300 ‘Schakelen’

Plato‘s 50e WE-thema voor 9 – 31 augustus.

Eindelijk!!
Met een diepe zucht sloeg ze een blad in haar agenda om….
Zaterdag en zondag kwamen in beeld….beiden nog helemaal schoon, onbeschreven, leeg op twee dikke vette strepen na die gezamenlijk een vet kruis vormden.

Al meerdere weken was het slapen een drama. Eigenlijk was het dat al jaren maar ze had gaandeweg geleerd genoegen te nemen met elke nacht een paar uurtjes, haar energieniveau en haar gedrag waren er al volledig op afgestemd maar totaal geen slaap, nacht na nacht na nacht, bleek een ware uitputtingsstrijd te zijn. Volgens de gezinsagenda zou ze het weekend alleen thuis zijn, haar huisgenoten hadden vele notities gemaakt en er was amper nog een plekje onbezet. Kortom…ze zou helemaal alleen thuis zijn, niets of niemand zou haar storen. Ze had zich al voorgenomen haar telefoon uit te doen en de computer niet eens aan te zetten. Diep van binnen verheugde ze zich op de rust die veelbelovend voor haar lag, 2 hele dagen lang, wat een feest, en wat was dat lang geleden.

Eenmaal thuis wierp ze snel een blik in de koelkast, die was tot aan het naadje gevuld. Boodschappen halen hoefde ze dus niet, he fijn, wat een geruststelling. Ze kleedde zich uit, ontdeed zich van alle opsmuk, douchte snel, trok een oude, vale, veel te wijde, joggingpak aan en kroop op de bank. Net op het moment dat ze wegdoezelde ging de deur open. Amper wakker voelde ze hoe iemand naast haar op de bank plofte. “heej ben je wakker?” En zonder een reactie van haar af te wachten: “ik zag dat jij dit weekend niets in de agenda hebt staan, vond dat zo sneu, heb alles verzet zodat jij niet alleen zit. Kunnen we samen iets leuks gaan doen om de lege uren te doden, gezellig met zijn tweetjes!”

WE-300

Plato‘s 49e WE-thema voor 15 juli – 7 augustus 2013=”Boeien”.

Bezitsdrang heb ik niet, nooit gehad ook, én eigendomsdrang is mij ook vreemd. Eén van mijn sterkste en tegelijkertijd zwakste eigenschappen is mijn gulheid. Ook kan ik het niet laten wensen van andermans ogen af te lezen en die dan zo snel mogelijk te vervullen.

Komen we bij het lenen van, of uitlenen aan, aan dan is ‘t een heel ander verhaal. Ik heb vroeger geleerd dat je hetgeen je leent altijd terug geeft. In diezelfde leer ging ik er ook altijd van uit dat wanneer ik iets uitleende ik dat ook ooit terug zou krijgen.

Iets dat mij, meer dan de helft van mijn leven, enorm dierbaar is heb ik een hele tijd geleden uitgeleend. Op een gegeven moment vroeg ik het terug. “Dat heb ik je allang teruggegeven’ was het antwoord. Ik ontkende dat ten stelligste waarop ik vervolgens aangesproken werd op mijn mentale staat, en dat ik het teruggeven vergeten zou zijn en maar eens heel goed moest gaan zoeken. Ik keerde alles op de kop, maar kon het tot mijn groot verdriet niet terugvinden. Het als ‘verloren’ gewaand, probeerde ik het verlies te accepteren.

Tot enkele weken geleden….ik een foto onder de ogen kreeg waarop ik het betreffende voorwerp in al diens glorie terug zag. De teleurstelling was al enorm maar werd op dat moment reusachtig om van andere emoties in mij maar te zwijgen. Dat mijn gevoelens er bij die persoon totaal niet toe doen was me al danig duidelijk aan het worden maar bij het zien van de foto besefte ik eens te meer dat het die persoon helemaal geen ene rotmoer kan schelen.

Ik troost me met de gedachte dat die persoon kennelijk waarde aan het voorwerp hecht. Overigens wel zonder zich ook maar een ietsiepietsie te realiseren dat het pronken is met andermans veren!